Bevrijd of Niet ?   Een indrukwekkend audio verhaal over het bombardement.

Dinteloord werd gebombardeerd de dag voor de bevrijding .

 

Inleiding
Op 4 november 2014 was het 70 jaar geleden dat Dinteloord door de Royal Air Force werd gebombardeerd. Deze dramatische gebeurtenis heeft voor een hele generatie Dinteloorders
een belangrijke rol in hun verdere leven
gespeeld. Details over de exacte toedracht konden tot vele tientallen jaren na het gebeuren nog steeds de emoties hoog doen oplopen.
Vanwege de traumatische ervaringen van de mensen die het bombardement meemaakten, was er tot lang na de oorlog geen geschikt moment
voor een publieke historische analyse.
Pas tientallen jaren na de oorlog kwamen de eerste getuigenissen van het bombardement ter beschikking voor geïnteresseerde lezers.
Na een publicatie van onderwijzer P. Noom in 1994, waar de oorlog en bevrijding in Dinteloord wordt gememoreerd, verschenen pas in
2009 en 2011 een serie publicaties van lokale historici met persoonlijke getuigenissen.
Een onderzoek van archiefmateriaal met feitelijke informatie, werd, in zoverre bekend bij de
auteur van dit artikel, tot nu toe nooit gepubliceerd. Door het onverwachts beschikbaar komen van een uitgebreide collectie correspondentie en archiefstukken uit handen van een
gepassioneerd onderzoeker, kon echter binnen korte tijd het verhaal worden gereconstrueerd.
De auteur is de Dinteloordse onderzoeker en verzamelaar J. Verhagen dan ook zeer erkentelijk
voor het beschikbaar stellen van zijn
levenswerk. Dit artikel is geschreven op basis van de logboeken van de betrokken Royal Air Force Squadrons en het oorlogsdagboek van
het 11th Battalion Royal Scots Fusiliers evenals correspondentie met een Britse officier die de gevechten in de Prinslandse polder van dichtbij
meemaakte. Het verhaal van de Canadezen is gebaseerd op de literatuur en archiefstukken
van de auteur. De dramatische bevrijding van Dinteloord
Drs. Ing. R.W. Catsburg
Een bevrijding zonder feest
Op zondag 5 november rolde rond 09.45 uur een kolonne pantserwagens van het verkenningspeloton
van de Argylls and Sutherland Highlanders over de brug over de Vliet in de richting Dinteloord.
Hortend en stotend volgden de rupsvoertuigen voorzichtig de kronkelende dijkweg1. Het janken van de motor van de stalen voertuigen
klonk tot in de verre omtrek en verstoorde de tot rust gekomen polders. Na de vreselijke beschietingen
van Welberg in de voorafgaande
dagen, leek elke dag zonder het gedonder van de zware kanonnen een soort rustdag. De Canadezen waren geïnformeerd door het hoofdkwartier dat er Britse soldaten in de polder
ten oosten van Dinteloord zaten. Het betrof-

Het overblijfsel van de watertoren aan de Noordzeedijk.

Het gemeente huis kort na het bombardement.

op de betreffende kerktorens afgevuurd. Eerst moest de meest zuidelijke toren het ontgelden.
Door een voltreffer stortte het gebouw
van de gereformeerde kerk in elkaar. Zestien raketten hebben het doel geraakt, terwijl een even groot aantal in de onmiddellijke nabijheid
explodeerde. Toen kwam de hervormde
kerk in het vizier. Vierentwintig raketten troffen doel. De piloten zagen in een flits witte rook verschijnen en richtten zich al op de derde en laatste toren. De ruïne van dit laatste kerkgebouw,
de katholieke kerk, werd na de inslag van 24 raketten brandend achtergelaten. In totaal verbruikten de piloten 96 raketten, waarvan er
64 het doel troffen. Als finale werd de Havenweg met de boordmitrailleurs beschoten, wat tot gevolg had dat er zich een enorme explosie
voordeed. De piloten rapporteerden dat er een munitieopslag was geraakt. Om 10.55 uur waren ze allemaal weer veilig aan de grond gekomen. De dampende koffie stond klaar in de
kantine. Voorafgaande aan de aanval van de Typhoons van No. 266 Squadron, waren al elf Spitfires IX
van No. 33 Squadron vanaf 10.00 uur boven het dorp actief geweest. Als haviken doken de toestellen
op het onverdedigde dorpje. Volgens het oorlogsdagboek hadden ze met succes troepenconcentraties
ten noorden van Dinteloord
gebombardeerd en beschoten.
Onder de piloten bevond zich de Nederlander Jan Linzel. Over Dinteloord schreef Linzel in
zijn memoires: 'De 4e november hebben we 's morgens Dinteloord gebombardeerd en beschoten.
Onze troepen werden aan de rand van dit dorp tegengehouden'13.
Een Belgisch eskadron, No. 349 (Belgian) Squadron droeg bij aan de vernietiging van het polderdorp. Vanaf de basis in Maldegem was
Flight-Lieutnant Siroux met elf collegae opgestegen om Duitse stellingen in Klundert aan te vallen. Rond 10.00 uur beschoten ze posities bij
Dinteloord. Resultaten konden ze in de korte tijd dat ze boven het dorp waren 
Het lot is Dinteloord slecht gezind
Alsof het lot nog niet voldoende met de inwoners van Dinteloord had gesold, waren de volgende gevechtsvliegtuigen al onderweg. No. 302 (Polish) en No. 317 (Polish) Squadron waren van de luchtmachtbasis Sint-Denijs opgestegen met de opdracht doelen in Rotterdam aan te vallen. Om onbekende reden hadden de Spitfire
LF IX toestellen de doelen in de Maasstad niet bereikt en kregen toestemming

fen mannen van het 11th Battalion Royal Scots Fusiliers, 49th (Polar Bear) Infantry Division, die vanaf Oud-Gastel de Prinslandse polder waren ingegaan richting Dinteloord. De afgelopen
zaterdagavond waren twee Canadese soldaten van het Algonquin Regiment net voorbij de brug over de Vliet gewond geraakt toen een Schotse
soldaat zijn handgranaat gebruikte. De Canadezen waren weggerend toen de Schot ze om het wachtwoord vroeg.
Om een tweede confrontatie te vermijden reden de gespannen verkenners van de Argyll and
Sutherland Highlanders of Canada extra voorzichtig over de bemodderde weg. Zonder kleerscheuren kwamen de eerste carriers nietsvermoedend
Dinteloord via de Stoofdijk binnen.
De Canadese jongens werden niet binnengehaald op een manier die ze gewend waren. Er heerste
niet bepaald een feeststemming in het dorp. Integendeel, de verwelkoming was erg koel.
Een begrijpelijke situatie gezien de omstandigheden.
Het dorp had een dramatische aanblik.
Het centrum was een vlakte van steenpuin en
kapotte zwart geblakerde balken. De lucht was zwaar van het stof en de stank van brand.
Slechts enkele mensen waren in het dorp achtergebleven.
De weinige bewoners die zich lieten
zien, hadden verwondingen die provisorisch verbonden waren. Na de aanblik van de vernielde
dorpskern en de afstandelijke houding van de bevolking, vervolgden de verbouwereerde soldaten in bedrukte stemming de opmars richting
Dintelsas. Zaterdag 4 november; een dag zoals zovele…
Een dag voorafgaand aan de koele entree van de bevrijders in Dinteloord, hadden de vliegeniers van het No. 266 (Rhodesia) Squadron op vliegveld Deurne instructies gehad voor een
nieuwe gevechtsopdracht. Voor de piloten was het een dag als vele andere. Ze zaten de Duitsers
al vele maanden op de hielen en elke dag kregen ze nieuwe doelen om hoog vanuit de lucht te beschieten. Vaak vlogen met hun Hawker
Typhoons Ib vliegtuigen tot ver achter de Duitse linies om met hun raketten de aanvoerlijnen van de vijand te beschieten.
Die bewuste zaterdag kregen ze tijdens de briefing te horen dat acht toestellen van A-Flight en vier van B-Flight het leger moesten ondersteunen met een aanval op drie observatieposten die

zich in de kerktorens van een dorpje bevonden.De herkenningscode voor de aanval was 'XYN4'2.
Observatieposten waren plaatsen die de opponenten gebruikten als uitkijkpost om de naderende
vijand te kunnen bekijken. Veelal werden hiervoor kerktorens of watertorens gebruikt. Zo'n post had gewoonlijk een radio- of telefoonverbinding met het achterland, zodat de positie van de vijand kon worden doorgegeven aan het hoofdkwartier of aan de eigen kanonnen. Na de strijd in West-Brabant stonden er ten gevolge van deze tactiek slechts weinig hoge gebouwen
overeind. Even na 10.00 uur op zaterdag 4 november waren ze allemaal in de lucht en om 10.25 uur
bereikten ze het doel. De uitgestorven straten van Dinteloord lagen als een kluwen linten in de diepte voor hun kisten. Kort daarna scheerden de vliegtuigen met knetterende
boordkanonnen routineus over Dinteloord. Met sierlijke duikvluchten en ronkende motoren werden de raketten volgens de opdracht

De Katholieke kerk na het bombardement.


De watertoren van Dinteloord voor hij was opgeblazen.

De havenweg na het bombardement 

secundaire doel van de missie aan te vallen. Twaalf toestellen van No. 302 Squadron waren
tussen 08.30 uur en 10.45 uur in actie boven Dinteloord. Ze gooiden twaalf 500-ponder en vierentwintig 250-ponder bommen. Volgens
de piloten troffen alle bommen doel. No. 317 Squadron kwam achterop en was van 11.40 tot 13.15 uur actief. De zes toestellen wierpen vier 500-ponder en drie 250-ponder bommen op het
doel. Alle bommen vielen in het dorp, terwijl de Duitsers met afweergeschut de vliegtuigen onder vuur namen, aldus het oorlogsdagboek van het No. 302 Squadron. Voor de Dinteloorders op de grond waren de routineklussen van de piloten een hels inferno. De oorverdovende explosies verrasten de bevolking volledig en zij die er nog toe in staat waren, vluchtten in blinde paniek het dorp uit. Als gevolg van de vernietigende explosies van de
bommen, brak er brand uit en de schade in het dorp was onoverzienbaar. Meer dan 45 bewoners
werden door deze onfortuinlijke aanval gedood. De verontwaardiging over de luchtaanval was groot onder de bevolking van Dinteloord. Terwijl de bewoners voor het overgrote deel de
polder in waren gevlucht, probeerde een klein aantal achterblijvers de vele brandhaarden te blussen. Een slang van mensen met emmers bluste die middag een brand bij Bakkerij van
Damme in de Westvoorstraat. De kleine groep hard werkende mensen kon niet voorkomen dat die avond de lucht boven Dinteloord rood kleurde van de vlammen. Een gele fonkelende vonken regen woei over het dorp, terwijl de
straten leeg bleven vanwege de door de Duitsers ingestelde avondklok. Grote branden konden ongestoord de katholieke pastorie en het
postkantoor verteren. De opmars van het geallieerde leger naar de Oud Prinslandse polder Tot die bewuste dramatische zaterdagochtend
was de bevrijding in Dinteloord gelopen als voor de meeste dorpen in de regio. De Duitsers waren in feite verslagen na de bevrijding van
Bergen op Zoom op 27 oktober. Hun enige resterende doel was de geallieerde opmars te vertragen,
zodat zoveel mogelijk manschappen via
Dintelsas konden ontsnappen naar Dordrecht. Terwijl de Duitse hoofdmacht in ganzenmars onderlangs de dijken naar Dintelsas sloop, lagen
her en der verspreid in de polder enkele
groepjes tot de tanden bewapende achterblijvers. Deze mannen offerden zich op om hun kameraden een veilige aftocht te garanderen. Enkele minder heldhaftige Duitsers verborgen
zich zo onopvallend mogelijk in het dorp om zich bij de eerste gelegenheid aan de Canadezen over te geven. De bewoners van Dinteloord zagen lijdzaam toe hoe de bezetter vertrok en
trokken zich terug in hun huizen om de komende gebeurtenissen af te wachten.
Er waren op vrijdagavond een paar granaten ontploft in het dorp, maar omdat er bijna geen Duitsers meer in de straten te zien waren, was
men ervan overtuigd dat de bevrijding elk moment kon komen. Net na middernacht, in de eerste uren van 4 november, waren de eerste
Canadezen bij de Gummaruskerk in Steenbergen aangekomen. Kort na het middaguur bereikten pantserwagens van het Algonquin Regiment de vlasfabriek. Ze rapporteerden dat
de brug over de Vliet gedeeltelijk kapot was, maar te passeren was voor personen. Het brigadehoofdkwartier
hoorde hiervan en besloot
tot onmiddellijke actie over te gaan. Naast de Algonquins werden de machinegeweren en mortieren van de New Brunswick Rangers en de kanonnen van de artillerie opgetrommeld. De genie werd verwittigd om een Baileybrug te
bouwen over de Vliet. De 'toren' van een fabriek waarschijnlijk de schoorsteen van de vlasfabriek)
werd gebruikt als observatietoren om
het vuur te dirigeren. Voor de aanval werden D- en C-compagnie van het Algonquin Regiment gekozen. Met enige tegenzin werden de mannen
vanuit Welberg in de richting van de brug vervoerd. De compagnieën verzamelden zich uit
het zicht voor de fabriek. Welgeteld anderhalf uur nadat ze uit Welberg weg waren, zetten ze
de aanval in. De artillerie barstte los en alles liep volgens het boekje. De machinegeweren wierpen hun dodelijke lading over het water en
rook- en brisantgranaten explodeerden achter de brug. 

: Plein 13 in Bergen op Zoom fungeerde als tijdelijke
begraafplaats voor de geallieerde gesneuvelden uit de regio.

Afb.8: Henry Dupear sneuvelde in de Beaumontpolder. Dupears
ouders plaatsten een kleine advertentie in de plaatselijke krant
om de dood van hun zoon bekend te maken. Dupear had twee
broers en een zus. Hij werkte als melkboer voor hij in militaire
dienst ging. Pas maanden na zijn overlijden ontvingen zijn
ouders de officiële bevestiging dat hij gesneuveld was.
Een officier van het regiment bracht een persoonlijk bezoek en
vertelde dat Henry door een schot door zijn hoofd onmiddellijk
was gestorven. Uit nader onderzoek bleek dat Dupear aan de
kant van een sloot was gevonden, met het hoofd op de armen,
alsof hij sliep. Zo hebben omwonenden hem aangetroffen en
begraven langs de Noordzeedijk. De stoffelijke resten zijn later
overgebracht naar Bergen op Zoom. Foto's collectie J. Verhagen

 D-compagnie was als eerste over de
brug en verspreidde zich in het polderlandschap. Gelukkig voor de infanteristen bleek de vijand al verdwenen te zijn. No. 3 Troop 9th Field Squadron startte direct om een Baileybrug te bouwen die niet lang daarna gereed werd gemeld. Terwijl de Canadezen vanuit Steenbergen de
Vliet overstaken, waren Britse eenheden van het 11th Battalion Royal Scots Fusiliers, 49th (Polar
Bear) Infantry Division vanuit Oud-Gastel in westelijke richting naar Dinteloord opgetrokken.
Dinteloord werd dus uiteindelijk vanaf twee kanten benaderd; de Canadezen via de Bloemendijk en de Britten via de Noordzeedijk en Zuidlangeweg.
Het bataljon van de Royal Scots Fusiliers had kort na de gevechten in Wouw een paar dagen rust genoten in Roosendaal. Ze kregen van het
hoofdkwartier de opdracht om een achterhoedegevecht aan te gaan met de laatste bezetters in de Oud Prinslandse polder. Naast het volledige
bataljon kregen ze voor de actie één compagnie van de 7th Duke of Wellington Regiment ter versterking toegewezen. Deze compagnie
werd ingezet in de Beaumont polder, tussen de Noordzeedijk en de Dintel.
De aanval nam een aanvang om 07.30 uur op zaterdag 4 november. Terwijl de infanteriewachtte op het bevel om de opmars te beginnen, schoten machinegeweren en mortieren
naar plekken waar men verdedigers verwacht te. Om 10.30 uur was de Eerste Kruisweg zonder tegenstand bereikt. Toen openden de Duitsers het vuur. De omstandigheden in de polder waren vreselijk en het weer maakte het verblijf alleen maar erger. Met enige ironie noemden de mannen de actie in de polder 'Operation Humid', te vertalen
als operatie 'vocht'. Ze konden zich door de hoge waterstand alleen op de kruin van de dijken begeven en in de open polder. De her en
der verspreide Duitse posten konden de Engelsen dus al van verre zien aankomen en onder vuur nemen. Een peloton stond bijvoorbeeld gedurende vijf uur tot het middel in het water,
voordat ze zich mochten terugtrekken. Vreemd genoeg werd slechts één man ziek afgevoerd
als gevolg van de omstandigheden.
Met artillerievuur probeerde het bataljon de Duitsers te verjagen, maar de drassige poldergrond
smoorde het effect van de granaten.
Pas om 19.00 uur lagen B- en D-compagnie langs een denkbeeldige lijn tussen het kruispunt van de Zuidzeedijk en de Tweede Kruisweg het kruispunt van de Noordzeedijk en de Eerste
Kruisweg. B-compagnie had twintig krijgsgevangenen afgevoerd
uit een boerderij aan de Tweede Kruisweg, vlak voor de brug over de Steenbergse Vliet. Om 23.00 uur vond het eerder beschreven incident plaats met de patrouille van de Algonquin
Regiment, waarbij korporaal Neable en
soldaat Turner gewond raakten door de handgranaat van een Schotse soldaat.
Die avond nam sergeant Hill vanuit de positie aan de Tweede Kruisweg twee secties mee op patrouille naar de volgende huizen in de verte.
Hij vergiste zich waarschijnlijk in de route en terwijl de mannen een brug passeerden, vond er een ontploffing plaats. De ondermijnde brug
zal waarschijnlijk de brug over de Molenkreek zijn geweest. Dit is echter niet goed te achterhalen uit de archiefstukken. Een verkenner werd
dodelijk getroffen en acht man raakten gewond. Bij terugkomst bleek tevens soldaat Cadwick vermist te zijn.
De gebeurtenissen op zondag 5 november Die nacht bliezen enkele Duitse achterblijvers in het verlaten en zwaar gehavende Dinteloord
ook nog de watertoren, de restanten van de klokkentoren van de katholieke kerk en de molen op. In de haven werd een schip vernield. De molen bij de haven bleek te sterk van constructie,
want ondanks de grote explosie, bleef het metselwerk heel. De volgende ochtend vroeg, 5 november, zonden
de 11th Royal Scots Fusiliers een patrouille naar dezelfde brug als de avond ervoor. Er was geen spoor van de vermiste soldaat te vinden.
Een peloton doorzocht de gebouwen bij de brug, maar er werd niemand aangetroffen. Kort voor het middaguur was een patrouille van B-compagnie het dorp binnengegaan. Tot overmaat
van ramp verschenen er die ochtend weer geallieerde vliegtuigen boven Dinteloord. Het Franse No. 341 (F) Squadron meldde in haar
dagboek dat kapitein Girardon om 08.55 uur vanaf vliegveld Wevelgem vertrok voor een missie
noordwestelijk van Breda. Het doel zou worden aangegeven met witte rook. Omdat de kapitein geen witte rook zag boven de plek die hij als het
doel identificeerde, vroeg hij eerst toestemming om de aanval in te zetten. Toen de permissie was gegeven, vielen de Spitfires IX aan. Ze gooiden
hun bommenlast en beschoten met hun boordkanonnen de huizen bij de Havenweg en Molendijk. Met lichtkogels wisten de aanwezige Britse
soldaten de vliegtuigen rond 09.30 uur te waarschuwen, waarna de toestellen snel afdropen.Nog was de marteling van het inmiddels zwaar gehavende dorp niet klaar. Het vernielde plaatsje
werd onder vuur genomen door de Canadese artillerie. Artilleriegranaten explodeerden in


katholieke kerk aan de Kaai, ter voorbereiding van de aankomst van de Canadese infanterie. Gelukkig
stopte het vuur na korte tijd.
Om 10.25 uur maakten de Schotten contact met de inmiddels aan de Havenweg gearriveerde Canadezen. Deze ontmoeting was het teken voor de Britten om de actie te beëindigen. Het
11th Battalion Royal Scots Fusiliers vertrok om 12.00 uur terug naar Roosendaal. Het bataljon liet vijf dodelijke slachtoffers achter in de polder en één vermiste. De gesneuvelden waren korporaal Frank Finch en Arthur Heron, soldaten
George Leeming en Fred Guest. De graven van deze mannen bevinden zich in Roosendaal. Soldaat Cadwick werd zoals eerder vermeld vermist. Er is geen graf bekend van Cadwick en
zijn naam is evenmin bekend bij de Britse oorlogsgravenstichting.
Het lot van soldaat Cadwick
is onbekend, alhoewel er geruchten gingen onder veteranen dat hij gedeserteerd was. Soldaat Henry Dupear sneuvelde in de Beaumontpolder. Deze polder ligt aan de zuidoever van de Dintel, tegen aan de suikerfabriek. Zijn graf werd naar Bergen op Zoom verplaatst, nadat
hij door burgers langs de Noordzeedijk was begraven. In totaal raakte negentien Britse militairen gewond. Verder werd op 4 november bij
de suikerfabriek in Stampersgat het levenloze lichaam aangetroffen van brigadecommandant M.S. Erskin, de bevelvoerder van de 56th Infantry Brigade.Er werden 37 Duitsers, inclusief twee gewonden, als gevangene afgevoerd, terwijl er 15 dodelijke Duitse militaire slachtoffers geteld werden.Wolfgang Linsel en Hans Ruhland stierven aan de Havenweg op 4 november als gevolg van het
bombardement. In een veldgraf aan de Stoofdijk lag Helmut Weiszner. Viktor Müller en H. Hammerman
lagen in een graf langs de dijk bij de
Mariaweg en de Eerste Kruisweg. Een veldgraf met daarin drie personen werd in de Molendijk gevonden. Het waren slachtoffers van een ongeluk.
Het drietal, H. Strelow, H. Weidlich en
G. Domeier, maakte deel uit van een ploeg mineurs
die met explosieven in de weer waren. Ze hadden een te korte lont gebruikt, waardoor ze alle drie om het leven kwamen. In de Sasdijk werd tot slot een veldgraf gevonden met zeven
stoffelijke overschotten. W. Kumfert, G. Schmidt en H. Meyer konden worden geïdentificeerd,
terwijl vier militairen onbekend zijn gebleven. De Duitse militair, R. Lichtenreckert, is tot op heden vermist.
De eerder beschreven patrouille van de Argyll and Sutherland Highlanders of Canada had een getekend en verwond Dinteloord bereikt. Toch bleven de soldaten niet lang stilstaan bij het
rokende puin van het dorp. Ondanks hun jonge leeftijd waren ze na maanden strijd afgestompt geraakt door alle ellende en vernietiging. Hun
eindbestemming was Dintelsas dat ze zonder problemen konden bereiken.
Bij aankomst aan het Dintelsas vonden ze een beeld als uit 'Dantes' inferno'. Er lagen zwaar gewonde Duitsers te kermen op hun brancards. Hun verband was rood gekleurd door het bloed.
Ondanks de snelle reactie van de Argylls om deze onfortuinlijke vijanden te behandelen,stierven er meerdere als gevolg van hun verwondingen.
Highlanders of Canada. Sims diende bij het bataljon in een periode na de slag om de Schelde. Hij raakte gewond in april 1945 door een fragment van een mortiergranaat.verwondingen. Dode paarden lagen verspreid over het terrein, evenals diverse militaire uitrustingsstukken en allerhande plunderwaar. Grote stukken ham, tonnetjes boter en grote rollen linnen waren de dieven niet lang van nut geweest. Boven het met granaattrechters opengereten
gebied wapperde een witte vlag. De
Argylls namen een stuk of 40 Duitse militairen gevangenen, allen van Russische afkomst. Ze werden al hardlopend voor de Canadese pantserwagens uit richting Steenbergen afgevoerd. Nadat de patrouille rapport had uitgebracht,vertrok een colonne vrachtauto's met soldaten van het Lincoln and Welland Regiment naar Dinteloord.Deze troepen bleven enkele dagen in het dorp om uiteindelijk te vertrekken richting het front in Waalwijk.
Tot slot Dinteloord bleef verwoest achter met een enorm oorlogstrauma. In de dorpskern waren 85 woningen
volledig verwoest en 65 panden zwaar
beschadigd. De meeste publieke gebouwen van het dorp waren geraakt. Drie kerken waren ingestort, het distributiekantoor, de openbare
school, de watertoren, twee molens, hotel Vlamings,hotel De Beurs, café Sweere, café Wijgand,lunchroom Hartman, het postkantoor en de Boerenleenbank waren vernietigd. Van het gemeentehuis stond slechts de helft nog overeind.De droge details van de gebeurtenissen zijn relatief makkelijk te reconstrueren op basis van archiefstukken. Het 'waarom' is lastiger te achterhalen. Mijns inziens heeft het er sterk de schijn van dat de Canadezen of Engelsen geconcludeerd
hebben dat de drie kerktorens van
Dinteloord door de Duitsers in gebruik waren als observatiepost. Dientengevolge moesten de
torens verdwijnen. Het vreemde is dat de Duitsers op vrijdag 3 november om 23.00 uur tot algehele evacuatie van alle troepen uit Steenbergen
overgingen. Uit overlevering is genoteerd dat de overgebleven Duitse artillerie bij de Mariadijk en Boompjesdijk de resterende munitie
weg schoot en het hazenpad koos. Verdere beschietingen van Steenbergen vonden plaats
vanaf het Volkerak door Duitse marineschepen. Volgens een ooggetuige van de beschieting
vanaf het water, was het een prachtig vuurwerk van heldere strepen gekleurde lichtspoor, die met veel kabaal de lucht intekenden

Er resteerden slechts enkele achterblijvers in de polder, die de geallieerde opmars niet meer dan enkele uren konden vertragen. Er was geen Duitse artillerie van betekenis ten zuiden van de Dintel. Het is dan ook niet vreemd te veronderstellen
dat de kerktorens van Dinteloord op dat
moment niet als observatiepost dienst deden. De aanname dat de Duitsers de kerktorens van Dinteloord in gebruik hadden, was een onnodige fout van de bevrijders. Waarschijnlijk
was de conclusie gebaseerd op het niet goed inschatten van de intenties van de vijand. Op vrijdagavond 3 november was het op basis van informatie van krijgsgevangenen al bekend dat
de algehele aftocht begonnen was. Een bombardement op Dintelsas zou vanuit tactisch oogpunt een logischere actie zijn geweest. Na de verwoesting van de torens door de vliegersvan No. 266 (Rhodesia) Squadron ging het pas echt mis voor Dinteloord. Terwijl de piloten
van No. 266 Squadron, afgaande op het oorlogsdagboek,relatief selectief te werk gingen,gooiden de twee Poolse eskadrons meer dan 40 bommen op het dorp. Het fnuikende is dat Dinteloord voor de Polen een secundair doel
was. Hun primaire missie was immers het uitschakelen van doelen in Rotterdam. Misschien dat er mist was of dat de beoogde locaties in
Rotterdam anderszins niet gevonden konden worden. Het oorlogsdagboek geeft er jammer genoeg geen uitsluitsel over. Feit blijft dat de vliegtuigen, vanwege dezelfde fatale inschattingsfout,
Dinteloord als secundair doel hadden
opgedragen. De gevolgen waren desastreus.De bevrijding van Dinteloord was een noodzakelijk
kwaad. Het bombardement van het dorp daarentegen berust hoogst waarschijnlijk op een menselijke inschattingsfout en bewijst de
complete waanzin van oorlog. Het is belangrijk om te blijven proberen om onze en de volgende generaties hiervan te doordringen.

bronnen voorgaande stukken.

1 H.M. Jackson, The Argyll and Sutherland Highlanders of Canada
(Hamilton 1953) 148 -149
2 Library and Archives of Canada, Record Group 24, Vol. 14053,
War Diary Headquarters 4th Canadian Armoured Brigade, October
1944.
3 G.L. Cassidy, Warpath The story of the Algonquin Regiment
(North Bay, 1948) 199 - 200
4 (Glasgow 1963) 311-314
5 Correspondentie Major L. Roswell, 11th Royal Scots Fusiliers,
geen datum.
6 Public Records Office, WO 171/1365, War Diary 11th Royal Scots
Fusiliers, november 1944
7 Correspondentie Deutsche Dienststelle betreffende Duitse gesneuvelden
in Dinteloord, oktober 1986 en November 1993
8 Public Records Office AIR 27/370,, Operation Record Book, 
16 www.pipesforfreedom.com

302 (Polish) Squadron Royal Air Force, November 1944.
11 Public Records Office AIR 27/1709, Operation Record Book, No.
317 (Polish) Squadron Royal Air Force, November 1944.
12 Public Records Office AIR 27/1738, Operation Record Book, No.
341 (French) Squadron Royal Air Force, November 1944.
13 Public Records Office AIR 27/1744, Operation Record Book, No.
349 (Belgian) Squadron Royal Air Force, November 1944.
14 P. Gerritse, De Mei-vliegers (plaats onbekend 1995) 211
15 J. de Visser, Dinteloord ten tijde van de wereldoorlog van 1940 tot
1945 (deel 20), De West-Brabander, geen datum.